Je legt een link tussen de toestellen in het tekenvlak (bv. geschakelde lichtkring, rolluik, digitale sensor, ...) en de bijhorende in- of uitgang van een module. De volgorde waarin je toestellen aan een module toewijst, hangt af van hoe de bedrading wordt uitgevoerd.
Startpunt
-
Je bevindt je in het overzichtsvenster Kast vullen.
Procedure
-
Klik in de rechterknoppenbalk op Toestellen toewijzen.
Resultaat:
Het deelvenster Toestellen toewijzen verschijnt.
-
Klik op de module waaraan je toestellen wilt toewijzen.
Resultaat:
Het deelvenster Toestellen toewijzen aan (naam van de module) verschijnt en toont een overzicht van de gekoppelde toestellen.
-
Klik op het plusteken van het desbetreffende toestel om het toe te wijzen aan de module.
Resultaat:
Het toestel krijgt op het tekenvlak de aanduiding dat het toegewezen is en het cijfer van zijn positie op de module.De toestellen worden toegewezen in de volgorde waarin je ze aanklikt. Je kunt ook eerst in het deelvenster op een cijfer klikken en een toestel aan die positie toewijzen door op het plusteken van dat toestel te klikken.
-
Klik op de knop Sluiten om terug te keren naar het overzichtsvenster Kast.
Gebruik de knoppen in de selectiebalk onderaan om:
-
alle kasten weer te geven
-
één kast weer te geven
-
modules weer te geven.